De jongerenwebsite van de taalunie

wereldwijd

   

Zuid-Afrikaans-Engels

Give him on his donder

De kaapkolonie in 1809. © John Pinkerton (1758–1826)

Zuid-Afrikaans-Engels is de variëteit van het Engels die in Zuid-Afrika wordt gesproken. In 1994 werden er bij de opheffing van de apartheid elf officiële talen ingesteld, wat in de praktijk inhield dat het Engels de belangrijkste taal werd. Maar volgens de volkstelling uit 2001 gebruikt slechts 8 procent van de Zuid-Afrikaanse bevolking het Engels als thuistaal. Toch heeft het Engels in het openbare leven de sterkste positie. Daardoor wordt het meer en meer de tweede taal voor iedereen.

De plantennaam wacht-een-beetje

Flora, fauna en het landschap hebben het Engels veel Nederlandse leenwoorden opgeleverd, zoals aardvarken, aasvogel, boomslang, geelbek, goudsbloem, grijsbok, hartenbeest, klipdas, kloof, kraal, springhaas, steenbok, wildebeest en de plantennaam wacht-een-beetje voor een doornplant die aan je kleding kleeft. 

Maar ook verdomd, verneuken (bedriegen), schoelje (in de betekenis zwarte of gekleurde Afrikaanse crimineel), takhaar (voor een boers, onverzorgd persoon). En verder natuurlijk wereldwijd veel gebruikte woorden als apartheid, boer en de leenvertaling homeland voor thuisland.

Allemachtig en dronkenlap

Verder kent (of kende) het Zuid-Afrikaans-Engels honderden Afrikaanse leenwoorden die (nog) niet bekend zijn in het Brits-Engels, zoals achteros, allemachtig, alstublieft, anderskleurig (niet-blanke), bastaard (persoon van gemengde etnische herkomst), bedonderd, beneukt, domkop, donder (give someone on his donder), dronkenlap en nog een groot aantal planten- en dierennamen.

Bron: Nederlandse woorden wereldwijd, Nicoline van der Sijs (uitgeverij SDU).

wereldwijd

Afrikaans

Dochtertaal van het Nederlands

wereldwijd

Ambonees-Maleis

Ambtenaar en belasting op Ambon

wereldwijd

Amerikaans-Engels

Yankees komt van Jan Kees