De jongerenwebsite van de taalunie

taaladvies

   

Wanneer zet je een komma?

Kun je het horen?

Er zijn veel regels voor het gebruik van de komma, maar vaak kun je het gewoon horen.

Wanneer zet je een komma?

In het Nederlands zijn de regels voor het gebruik van de komma vaak onduidelijk, omdat niet iedereen het eens is over wanneer je wel en niet een komma moet zetten. Toch zijn er een paar dingen die je kunnen helpen om te bepalen of een komma op zijn plaats is of niet.

Rust en toonhoogte

Als je de zin uitspreekt, hoor je dan een rust? Of een duidelijk verschil in toonhoogte?

Zeg de volgende zinnen hardop:

• Ik was het niet het was volgens mij Joris die jongen die gisteren ook mee voetbalde.

• Ik was het niet, het was volgens mij Joris, die jongen die gisteren ook mee voetbalde.

Op de plaats van de komma's hoor je niet alleen een korte rust in de zin, je hoort ook dat je toonhoogte na de komma verandert. Vooral bij lange zinnen zijn die rustpunten en verschillen in toonhoogte belangrijk.

Andere betekenis

Maar er zijn meer redenen om een komma te gebruiken. Bijvoorbeeld als je een andere betekenis aan een zin wilt geven.

Bekijk deze twee zinnen:

• De scholieren, die hun huiswerk niet deden, kregen straf.

• De scholieren die hun huiswerk niet deden, kregen straf.

Door de eerste komma te zetten, verandert de zin van betekenis. In de eerste zin staat dat de scholieren straf kregen, én dat al deze scholieren hun huiswerk niet deden. De tweede zin vertelt alleen maar dat de leerlingen die hun huiswerk niet deden straf kregen, maar zegt niets over of de leerlingen in het algemeen hun huiswerk deden.

Twee werkwoorden die niet bij elkaar horen

Als er twee werkwoorden op elkaar volgen die niet bij elkaar horen, komt daar meestal een komma tussen.

• Omdat hij er niet was gebeurde er weinig.

• Omdat hij er niet was, gebeurde er weinig.

• Als jij niet belt bel ik zelf wel even.

• Als jij niet belt, bel ik zelf wel even.

Bij heel korte zinnen hoeft het niet

• Wie dit leest is gek.

Voegwoord

Er komt vaak ook een komma als er midden in de zin een voegwoord staat. Bijvoorbeeld bij omdat, doordat, zoals, terwijl, aangezien, want en maar

• Ik kan niet naar het feest, omdat ik dan op vakantie ben.

• Zij kon niet slapen, doordat haar broertje snurkte.

• Mijn vriendin heeft een 10 gehaald, terwijl ze niet geleerd had.

• Ik zou haar nog sms'en, maar dat is er niet van gekomen.

• Ik hou er nu over op, want dit heeft toch geen zin.

Opsomming

Na elk deel van een opsomming, maar meestal niet voor en.

• Hij was al op vakantie geweest naar Spanje, Frankrijk, Tsjechië en Duitsland.

• Ik vond dat meisje slim, sterk en aardig.

Aanspreking

Voor of na een aanspreking.

• Jim, kom je zo eten?

• Hou daarmee op, Esther!

• Luister, ik wil niet dat je me daarmee lastigvalt.

Moeilijke kwesties

Komt er een komma na een aanhef in een brief?

In Nederland moet er een komma achter de aanhef van een brief,

• Geachte mevrouw Van Dijk,

In België mag er een komma achter de aanhef, maar dat hoeft niet.

• Geachte mevrouw Van Dijk

Een komma voor en

Voor en is een komma meestal niet nodig.

Kijk bijvoorbeeld naar de zin:

• Op het schoolplein stonden brommers, fietsen en segways.

In deze zin hoeft voor en zeker geen komma.

Betekenisverandering

Maar soms is het beter om wel een komma te gebruiken voor en. Bijvoorbeeld omdat de zin moeilijk te lezen is of zelfs van betekenis verandert zonder de komma.

Een voorbeeld van een moeilijk te lezen zin als je de komma voor en niet zet:

• Op het festival kan het publiek kijken naar interviews met tekenaars uit Engeland en sprekers uit de filmwereld en animatiefilms.

• Op het festival kan het publiek kijken naar interviews met tekenaars uit Engeland en sprekers uit de filmwereld, en animatiefilms.

 Zonder komma is in de eerste zin niet duidelijk dat animatiefilms op zichzelf staat.

Verwarring

Nog een voorbeeld van een zin die van betekenis verandert als je geen komma voor en zet.

• Frits bezocht Vera Smit, de moeder van de bruid, en de bruidegom.

• Frits bezocht Vera Smit, de moeder van de bruid en de bruidegom.

In de eerste zin, met komma voor en, zijn Vera Smit en de moeder van de bruid dezelfde persoon; Frits bezocht dus haar en de bruidegom. In de tweede zin, zonder komma voor en, staat er dat Frits drie mensen bezocht: 1. Vera Smit; 2. de moeder van de bruid 3. de bruidegom.
Maar omdat de tweede zin ook kan betekenen dat Vera Smit de moeder van de bruid én van de bruidegom is - wat heel raar zou zijn - kun je dit soort zinnen beter helemaal anders opschrijven, zodat er geen verwarring kan ontstaan.

 

Wil je meer lezen?

Op Taalhelden:

Wanneer gebruik je een puntkomma?

Wanneer gebruik je een dubbele punt?

Op andere websites:

Meer over komma's in een brief

Meer informatie over de komma die op deze manier de betekenis verandert.

Meer informatie over een komma tussen twee werkwoorden.

Meer informatie over komma's voor voegwoorden.

Over nevenschikkende voegwoorden  (maar, want)

Over een komma voor en

Over een komma voor dat

Over de volgorde van de komma en het aanhalingsteken

Punt of komma in een onderbroken citaat

Reactie toevoegen

taaladvies

Taalhelden: de game

Rappen zonder taalfouten

taaladvies

Is het gebeurd of gebeurt?

Wat is de laatste letter?

taaladvies

Is het word of wordt?

Is het met een d of met een t?